Julianalaan

Het ruikt raar in de garage. Heel raar. Het ruikt naar Kerstmis en dat kan helemaal niet omdat het buiten in alle tuinen van de laan al volop lente is. En over de opwarming van de aarde heeft niemand het nog. De kalender, die we thuis nog van de koningin zelf hebben gekregen, houdt zich overdreven stipt aan de jaargetijden. Winter is winter en herfst is herfst. Punt uit.

Moet je voor de aardigheid die lui van het weerbericht na het NOS-journaal vandaag aan de dag eens zien stuntelen met de buitentemperatuur. Regelrecht een lachertje. Dat zou bij het KNMI in De Bilt niet voorgekomen zijn. Maar goed, het blijft raar naar Kerstmis ruiken in de garage.

In een oogopslag zie ik de oorzaak van die niet eens onaantrekkelijke geur. Het is de fiets. Die grote loodzware fiets van mijn oudste broer. Die heeft hij omgebouwd tot een heuse vliegmachine. Een Fokkertje of zoiets en het zogenaamde geraamte van latjes en touwtjes heeft hij bekleed met dennentakken.

Kan eigenlijk missen. Mijn broer heeft wat met vliegtuigen. Hele plakboeken maakt 'ie met die dingen. Niet voor niets zegt moeder vaak tegen mijn oudste broer: jij wordt nog eens zelf een vliegtuig.

Op het eerste gezicht is dennentakvliegtuig raar. En op het tweede gezicht nog raarder. Maar dat maakt helemaal niets uit. De fiets is in een vliegtuig veranderd in het kader van iets koninklijks. En je weet: dan ga je je gang maar. Dan ga je maar uit je bol en door het lint. Oranje boven.

En ik? Wat denk je? Ik ben stik jaloers. Heel eigenlijk wil ik ook zo'n vliegtuig om mee te doen aan de feestelijke optocht en uiteraard aan de spannende wedstrijd. Maar ja, ik heb niet eens een fiets, laat staan een vliegtuig.

Eigenlijk zit ik bij iedereen achterop. Eerst bij moeder. Dan gaan we naar een katholieke meneer in een jurk in Hilversum.

De man heeft heilige, warme handen. Handig in de winter, maar mij helpen ze niet. En naar school zit ik op de bagagedrager van de fiets van mijn broer Heinz. Die doet net of we in het circus zitten. Gaat gewoon met losse handen de Prins Bernhardlaan af. Wat een lol.

Als ik dat zogenaamde vliegtuig in de garage zie wil ik het nog mooier maken, omdat ik wens dat mijn broer straks daar op het Julianaplein de eerste prijs wint. Ik denk dat een paar bloemen het vliegtuig van mijn broer heel erg kunnen opvrolijken. Dus pik ik wat Margrieten bij de buren. Nou, mijn broer vindt dat maar helemaal niets. Ik moet die Margrieten aan de buren teruggeven. Bah.

Boudewijn Paans