Oranjelaan

In de straatjes naar het Hilversumse centrum heeft niemand gelukkig last van mijn zwembadwinden. Ook ben ik blij dat zo'n paleisauto me niet naar huis brengt. Door mijn zwembadwinden word ik er vast en zeker onmiddellijk uitgezet.

Nou, en dan kan ik wel tegen chauffeur zeggen dat 'ie maar naar de rijke stinkerds moet kijken die hij in zijn autootje rondrijdt, maar dat geeft natuurlijk helemaal geen pas. Sterker, daar zou weleens een flink portie straf voor majesteitsschennis op kunnen staan. In de jaren vijftig gebeuren er best wel rare dingen.

Intussen is daar het Hilversumse centrum. Bekend terrein. Middagen breng ik er winkelend door met moeder. Vaak of beter altijd zijn we in mijn herinnering op zoek naar een mantel voor de zomer dan wel voor de winter. In een middag zie ik met gemak alle mantels van heel de wereld. En de mantel die uiteindelijk mee mag naar Soest wordt die week daarop toch weer geruild.

Maar nu: voorwaarts naar de VARA. Hoewel, eerst passeer ik nog de studio van AVRO. De eerste keer weet ik niet wat ik zie. Ik zie aan de muur van het AVRO-gebouw een bijna blote man van goud hangen.

Nee, Jezus is het niet. Jezus hangt sinds jaar en dag aan een kruis en dat is niet van goud. Jezus kan best een hart van goud hebben, maar eigenlijk weet ik dat niet. Net zoals ik jarenlang niet weet waarom de Nederlandse radio nou juist in Hilversum is gevestigd. Veel later kom ik er toch achter, moet je horen. Als de Willem Vocht, de oprichter van de AVRO, ver voor de tweede wereldoorlog naar Amsterdam wil verhuizen, zegt zijn huishoudster vriendelijk doch afgemeten: nou meneer, dan gaat u maar alleen naar Amsterdam. En daarom is de radio uiteindelijk in Hilversum gebleven, later op de voet gevolgd door de televisie.

Is daar nu eindelijk de VARA. Ja, daar is eindelijk de VARA. Mijn broer heeft er een eigen kamer in een nogal deftige villa. In die kamer geeft hij de gids van de omroepvereniging vorm. En moet ik eens zien, hij heeft er een speciale machine voor gekregen.'Goh', hoor ik me zelf nog zeggen, 'interessant', en dat laat ik opnieuw per ongeluk een wind, een zwembadwind. Dan stink ik volgens mijn broer een uur in de wind. Onzin, vind ik. En ik antwoord dat 'ie zijn nieuwe speciale machine zal bedoelen. Nou, ja van het een komt ander en om erger te voorkomen, in die DKW van m'n broer moet ik ook nog naar huis, ga ik maar een blokje om in de nogal deftige villa van de VARA.

Nou, en de eerste VARA-employé die ik tegenkom is Jan Nagel. Jan loopt nog net niet meer in een korte broek, maar aan alles is te zien dat hij het land in de toekomst een flink poepje zal laten ruiken. Daar is mijn zwembadwindje niets bij.

(Wordt vervolgd)

Boudewijn Paans