Oranjelaan

Als een postpakje op benen sta ik op de trein naar Berlijn te wachten. Wanneer ik wil kijken of de trein er al aankomt moet ik onmiddellijk een stapje terug doen, of beter een paar stapjes.

En ik moet niet treuzelen of zo. Dat moet ik beslist niet doen. Want straks gebeuren er nog ongelukken, zegt de Duitse mevrouw, die me nog steviger bij de mouw van mijn nieuwe windjack vastpakt.

Nu voel ik me net een hond of misschien beter een hondje. En ik ben best wel een braaf hondje. Wat zeg ik: ik ben vast en zeker een heel braaf hondje, wat eigenlijk ook niet anders kan.

Ga maar na. Ik mag zo maar met de Duitse mevrouw mee naar Berlijn. Het is immers toch vakantie. En de Duitse mevrouw, die weer een vriendin van de zuster van meneer Weinberg is, herhaalt haar aanbod opnieuw nadat ze misschien wel haar derde glaasje met iets geels helemaal heeft leeg gedronken. Ze trekt daarbij wel het vieste gezicht van heel de wereld, maar ze vindt het eigenlijk best wel zum trinken.

Dan vraagt moeder nog wat ik hemelsnaam in Berlijn heb te zoeken. Heel even maar sta ik met mijn mond vol tanden. Ik moet trouwens volgende week weer naar die vervelende tandarts toe, maar dit terzijde.
Moeders vraag was: wat of ik in Berlijn moet? Het enige wat ik zo snel kan bedenken is dat ik die Russen wel eens in het echt wil zien. Vader gelooft zijn oren niet. Hij vindt dat daar onmiddellijk op gedronken moet worden. De Duitse mevrouw is het trouwens helemaal met vader eens.

Ja, en waarom ik die Russen wil zien weet ik eigenlijk ook niet. Ik vind die koude oorlog en dat ijzeren gordijn eigenlijk wel een beetje spannend. De kranten heb ik nu allemaal wel gelezen. En misschien komt dat 'naar de Russen kijken' wel door meneer Weinberg zelf.

Hij is een vriend van vader en moeder. Heel mijn leven lang is hij al aan het bouwen. Midden in Soest. Tegenover benzinepompen van Garage Alblas. Vader gaat met zijn zwagers zondags altijd even bij Weinberg langs om te zien of de bouw al opschiet. Alleen wat Weinberg dag en nacht aan het bouwen is? Een atoomschuilkelder? Een fabriek voor geheime wapens? Wie het weet mag het zeggen. Niemand zegt iets.

En dat geldt eigenlijk ook voor de afkomst van meneer Weinberg. Zeker, hij komt uit Berlijn. Daar is hij onder meer bokser, wijnhandelaar en een beroemde danser. En dan in Soest is hij maar steeds aan het bouwen.

Wordt vervolgd.

Boudewijn Paans.