Oranjelaan

Ik ben in de trein naar Berlijn best wel zenuwachtig. Ook al mag ik zoveel toffees eten als ik maar wil. Alleen mag ik niet knoeien op mijn nieuwe windjack, want dat zou doodzonde zijn, zegt de Duitse mevrouw met ogen zo groot als wereldbollen.

Natuurlijk ben ik wel meer alleen met vakantie geweest. Niets aan eigenlijk. Maar dat is een vakantie bij oom Jos in Brabant. Wanneer die zin heeft maakt hij op zaterdagmiddag zo maar uit de takkenbos van de buurman de mooiste vlieger van heel het land.

Thuis moeten er altijd van die keurige latjes, vliegerlatjes, aan te pas komen. Die latjes verkopen ze in een winkel aan de Koninginnenlaan. En stijfsel om het papier te plakken? Wat denk je? Tante maakt het zelf in de keuken. Eigenlijk is de stijfsel net de pap, die ik moet eten wanneer ik eens een keertje ziek ben.

En ik logeer ook wel eens bij tante Anna en oom Jan in Haarlem. Dat is best wel leuk, vooral wanneer Hans, de rode kater van oom en tante, aan tafel mee mag eten. Moet je zien: voor hem is ook nog speciaal gedekt, alleen zonder vork en mes. Hans mag vast en zeker zo maar van zijn bord eten. Best wel lekker makkelijk. Zou ik ook wel willen.

Eigenlijk jammer dat tante Anna en oom Jan geen kinderen. Met gemak zou oom Jan de de handigste vader van de straat zijn. Heel eigenlijk maakt hij bijvoorbeeld van bijna helemaal niets een kristalontvanger, waarop je heel veel zenders kunt horen.

Dan zijn we al in Duitsland. Ik zie het op de manier waarop ze in Duitsland op hun fiets zitten. Heel raar of heel anders. Net of ze altijd de wind tegen hebben. O ja en over de grens hebben ze bij alle huizen de gordijnen dicht. Net of er in elke straat iemand dood is.

Dan zijn we in Berlijn. Ik vraag aan de vriendin van de zuster van meneer Weinberg waar die Russen nu eigenlijk zijn. De vriendin lacht, wijst en zegt dat die Russen aan de andere kant van de muur zijn. In het oosten. Morgen zal ik die muur vast en zeker zien. Eerst moet er geslapen worden.

Ik slaap in de oude kamer van de dochter van de mevrouw waarbij ik logeer. Moet je zien: echt een meidenkamer. In de hoek staat nog een heel fleurig poppenhuis en aan een haakje, eentje om werkelijk door een ringetje te halen, hangt een roze jurkje met heel veel kant.

Je moet er wat voor over hebben om de Russen te zien. Ik knip het licht uit en duik meteen onder het dekbed, waar ik geluiden hoor die ik in Soest nog nooit heb gehoord.

Wordt vervolgd.

Boudewijn Paans.