Oranjelaan

Het komt door die foto. De foto van de familie in de bovenste la van mijn bureau. Het is een zwart-wit kiekje, met inderdaad zo'n kartelrandje. Ik weet het. De foto hoort daar niet. Hij hoort in een fraai album met die dunne doorzichtige blaadjes. En het album staat, wanneer het niet wordt ingezien, netjes in de boekenkast. Op die ene plank. Keurig naast die andere albums boordevol herinneringen.

Nou, bij ons thuis is het op fotogebied regelrecht een zooitje. Alle kiekjes huizen voorlopig nog in kleurige blikken of zoals die ene in de bovenste la van mijn bureau. Om een beginnetje te maken heb ik de bewuste foto maar eens gedigitaliseerd, want ik vind hem namelijk tamelijk uniek.

Moet je voor de aardigheid eens kijken. Vader en moeder zijn vijfentwintig jaar getrouwd, schat ik. Dat moet uiteraard op de foto. De sessie is in de achtertuin, waaruit de machtige en prachtige appelboom op last van moeder ruw is omgekapt. De boom in kwestie begrijpt daar ook geen snars van. Ieder jaar draagt hij met gemak honderden gave appels, waar iedere groenteboer een puntje aan kan zuigen. Appels die vervolgens weer op zolder worden bewaard.

Niets mee te mee te maken, vindt moeder waarschijnlijk. De boom gaat om onder het motto: bomen zijn bomen. Vandaar dat de machtige boom niet op de bijzondere foto is te zien. Maar voor het overige: iedereen is er, of beter iedereen is er nog.

Bijvoorbeeld oma uit Duitsland en vaders vrolijke zwagers uit Brabant en bijna alle zusjes van moeder en gelukkig ook mijn broer Heinz. Eigenlijk fijn dat er op foto's nooit iemand dood gaat. Of anders: iedereen blijft altijd leven op foto's.

Ook de ooms. De Duitse ooms. Ik heb ze in alle soorten en smaken. Ben met ze opgegroeid. In de grote vakanties. Nooit zijn ze te beroerd om op een ijsje te trakteren. Of om een balletje te trappen.
Dus best wel aardige mannen, die ooms. En stuk voor stuk harde werkers. Vaak in de mijnen. Diep onder de grond en altijd in de nacht. Natuurlijk, want dat brengt meer marken op.

O ja, en dan de oorlog? Ach, na de oorlog geven vragen over de oorlog eigenlijk geen pas. Ben je mal. In de oorlog doen de ooms trouwens geen vlieg kwaad. De een werkt in de keuken. En de ander is een vlijtige hospik. Zie ze maar eens op keurig ingelijste foto's staan. Strak in het uniform. Stuk voor stuk mannen om regelrecht door ringetje te halen.

Alleen bij ons thuis vallen de Duitse ooms, na een paar glaasjes, uit hun keurige rol. Dan beweren ze glashard dat ze de de oorlog eigenlijk hebben gewonnen. En die verhalen over die joden, ach dat zijn pure verzinsels. En dan gaan ze op de foto. En ze lachen hartelijk naar het vogeltje.

Boudewijn Paans