Van Weedestraat

Wanneer vader is overleden vraagt moeder steeds vaker naar Heinz. Natuurlijk is het vervelend dat hij haar sieraden heeft gestolen, maar die strenge straf vindt ze wat overdreven. En weet je, er zijn best wel ergere dingen.

Dan heeft moeder ook nog een goed idee. Kunnen Werner en ik er niet voor zorgen dat Heinz weer thuiskomt, het is al bijna Kerstmis. Omdat Werner en ik niet zo'n machtige telefoon hebben als vader op het paleis rijden we naar de inrichting in het oosten. Daar ontpopt mijn broer zich als een eersteklas advocaat. Brugman is er niets bij.

In de inrichting wordt veel gewikt en gewogen. Uiteraard is de vraag niet gebruikelijk. Maar vragen staat vrij. Er wordt nog maar eens een pijp opgestoken. En moest er nog een kopje thee zijn?

Uiteindelijk krijgt Werner mijn broer vrij met kerst. En die aardige oppasman komt niet mee naar Soest. Ach, in de inrichting gedraagt Heinz zich meer dan voorbeeldig en daarbij heeft de begeleider ook zijn vrije dagen. Heinz loopt na kerst toch weg en lijkt voorgoed verdwenen te zijn. Weer zijn er die vragen. Weer is daar die angst.

Tot dat ene telefoontje uit Utrecht. Het is meer een dienstmededeling van een GGD-meneer. Hij zegt dat mijn broer heeft geprobeerd zijn polsen door te snijden. Dat is mislukt. Heinz is nooit zo handig geweest. Of ik mijn broer wel snel kom halen. De GGD gaat sluiten en de meneer zelf wil ook weleens naar bed. O ja en in Soest is er niemand thuis, zegt hij.

Blindelings vind ik de Utrechtse GGD-post. Het is naast het ziekenhuis waar ik dagenlang in een immense wachtkamer heb gezeten. Leve het ziekenfonds. En de GGD-post is in de straat waar mevrouw Achter, moeders vriendin, woont. Heinz zit naast mij in de auto. Zijn armen steken dik in het verband. Hij wil naar mijn huis. Naar Anna en de kinderen. Onzin. Ik stuur naar Soest. Werner en ik zullen zijn problemen proberen op te lossen. Niet dus. Wanneer ik bij Werner aanbel stapt Heinz de auto uit en rent de laan uit. Momenten later ligt hij op het zwarte asfalt voor slagerij Van Asch te wachten op een auto. Die komt en rijdt Heinz dood.

Boudewijn Paans